
Het zelf gecreëerde licht als onderwerp.
Ik zie mijn verf niet als kleuren, maar als schijnend licht. Zo kan ik afstappen van natuurlijk licht om het vervolgens zelf te creëren.
Het licht, en de bijbehorende reflectie uit de natuur “vergeet” ik, waarna ik het licht per straal of bundel welbewust in gedachten manipuleer.
Ik deel het licht op in diverse fotongroepen met een vaak verschillende frequentie en intensiteit ten opzichte van elkaar.
Zo kan ik het licht ook laten “zweven”. Dit houdt in dat ik kleine fotongroepen als het ware stil laat staan in de lucht, terwijl andere groepjes gewoon hun weg vervolgen.
Het zelfgecreëerde licht is zo een voorstelling op zich en zorgt ervoor dat alles wat zichtbaar is in de beeldgedachten in principe geen betekenis heeft. Het zijn in feite, gezien vanuit het licht als onderwerp, niets meer dan reflectieobjecten.
Een korte geschiedenis.
Al vroeg was ik geïntrigeerd door het licht zoals we dit waarnemen in de buitenwereld. Door mijn bestudering van het licht in vele facetten, te beginnen met een aantal bekende kleurentheorieën in praktijk te brengen - en eigen natuurkundige experimenten, naast de studie van pigmenten, verf, kennis en toepassing, - kwam ik erachter dat ik in staat was om het licht naar mijn hand te zetten met mijn verf. Op deze manier is mijn theorie van het zelf gecreëerde licht ontstaan.
Om dit voor mensen beter te visualiseren, gebruik ik meestal een sprekend voorbeeld. Het voorbeeld van de stoel in een donkere kamer.
Een voorbeeld van de kern van het zelf gecreëerde licht.
Ik ga eerst uit van een idee. Dit idee ontwerp ik vervolgens tot een object. En dit object stel ik mij dan voor in de duisternis van een donkere kamer waar geen natuurlijk licht in kan doordringen.
Dan is er mijn verfrecept. Na een grondige studie van pigmenten en alles wat er mee samenhangt, heb ik uiteindelijk 10 pure lichtechte pigmenten op elkaar kunnen afstemmen op bijvoorbeeld anorganisch, oliehoudend (vet over mager regel), olieabsorbsie, hardheid en of ze chemisch compatible zijn (elkaar niet bijten). Met deze basispigmenten creëer ik dan ook al het licht dat je in mijn werk kunt waarnemen.
Even terug naar die duisternis. Stel je voor. In je gedachten staat er in die donkere kamer een stoel. Jij weet dat die stoel daar staat en dat moet je vervolgens visualiseren met licht.
De gewoonlijk (realistische) schilder trekt een deur of een raam open, laat het natuurlijke licht binnen en hij of zij kan direct aan de slag.
Maar wat nou als je alles verduisterd laat en je in je gedachten een hele brede golflengte (binnen het visuele spectrum) de kamer in zou sturen. Wat zou je dan zien? De stoel zou dan al zichtbaar zijn, maar zal een bepaalde kleur hebben die ver afstaat van het daglicht.
Op het moment dat je de stoel voor kunt stellen ben je in staat om de golflengte die je in gedachten voor je ziet, je ziet immers al een kleur, om te zetten in verf. M.a.w. je kunt gaan mengen. Want je weet/ voelt in welke pigmenten de golflengte kan worden omgezet.
Zo kun je vervolgens de golflengtes gaan manipuleren, want jij kan bepalen welke golflengtes, hoeveel en met welke intensiteit, waar terecht zullen komen op de stoel.
Los van het feit dat je je kunt afvragen of het nu werkelijk de stoel is die je uiteindelijk waarneemt of alleen maar de lichtreflectie, waardoor de stoel alleen een - zoals ik het noem - "reflectieobject" wordt. Maar dit terzijde.
Jan G. Marque ©

Parcivalius vindt de verborgen kerk van Karl von Eckartshausen, Jan G, Marque 2007.
|
|
|
|