
Wat passanten hebben overgebracht.
'Nee hoor, Vincent van Gogh was toeval.'
Met deze woorden beëindigde de op het eerste gezicht intelligente vrouw haar monoloog. Wat ze bedoelde? Voor ik daar antwoord op kon geven moest ik terugkomen uit de roes waarin ze me gebracht had.
Ik zag Vincent van Gogh. Staand, gehuld in schaduw, schilderend op een rotsplateau. Wie? Wat? Waar? Mijn oren suisden nog na toen ik bijna onbewust antwoordde met een retorische vraag.
'Dus als ik het goed begrijp vindt u dat een kunstenaar pas echt en alleen dan professioneel kunstenaar is na het geslaagd afronden van een erkende vakopleiding.'
'Ja,' zei ze kil en ingetogen. 'Dacht je nou echt dat je in deze wereld als kunstenaar geboren kunt worden?'
De stilte die volgde was drie blokken verder nog te horen en beëindigde meteen de woordenwisseling.
Weer waren er woorden verloren in een gesprek dat niet had plaatsgevonden.
Jan G. Marque ©
|
|