Wat passanten hebben overgebracht - De ogen van een dode filosofische schilder - Filosofisch Realisme van Jan G. Marque.

Wat passanten hebben overgebracht - De ogen van een dode filosofische schilder - Jan G. Marque 6.
Wat passanten hebben overgebracht - De ogen van een dode filosofische schilder - Jan G. Marque 48.
Wat passanten hebben overgebracht - De ogen van een dode filosofische schilder - Jan G. Marque 22.

Wat passanten hebben overgebracht.



   Hij ziet in zijn hoofd een persoon. Hij kijkt de aanschouwer aan. Met zijn blik wil hij zeggen dat hij echt aandacht heeft voor zijn omgeving. Zonder zijn blik af te wenden blijft hij dan ook waarnemen, omdat deze persoon weet dat alleen werkelijk aandacht hebben voor iets kan leiden tot inzichten. Dat hij in de meeste gevallen door dit aandachtspatroon het respect van veel mensen verdient is meegenomen. Dit is niet zijn intentie, maar gewoon wie hij is.
Deze persoon wordt omringd door datgene wat hij gevonden heeft. Hij laat in het midden of wat hij gevonden heeft alleen bestaat in zijn herinnering. Het gaat hem op dit moment alleen om het visualiseren van zijn gevonden objecten. Niet als waarheid, want daar gelooft hij niet in, maar gewoon als beginpunt voor een eventuele dialoog.
Zijn gevonden objecten bevinden zich met hem in een ruïne. Op de overblijfselen van de muren zijn nog wandversieringen te herkennen, waaruit blijkt dat het in het verleden een belangrijk gebouw moet zijn geweest. Ook zijn er nog resten te zien, onder andere kleden, hoofddeksels, oude boeken en versiert plaatwerk.
De belangrijkste vondst blijkt echter een groot metalen schild te zijn. Het heeft niet alleen een vreemde vorm, maar het is aan de zijkant rijkelijk versierd met diverse vreemde gouden ornamenten. Op het schild zelf zijn nog net onbekende inscripties zichtbaar.
En met het kijken naar alles wat hij tot nu toe gevonden had, kwam langzaam het besef dat hij voor de buitenwereld een medium moet zijn. Een belangrijke medium die niet alleen zijn gevonden objecten visualiseert, maar daarbij ook constant het bestaanrecht van vinden aantoont.
Uiteindelijk drong het belangrijkste van dit denkproces tot hem door. En zonder dat het door iemand gehoord werd zei hij hardop:

'Het denken aan gevonden objecten uit herinnering op zich, is al voldoende om ze onderdeel te laten zijn van de buitenwereld. Zeker als je ze vervolgens ook nog eens visualiseert.'


Jan G. Marque ©










Wat passanten hebben overgebracht - De ogen van een dode filosofische schilder - Jan G. Marque 41.
Wat passanten hebben overgebracht - De ogen van een dode filosofische schilder - Jan G. Marque 36.