Wat passanten hebben overgebracht - De ogen van een dode aanschouwer - Filosofisch Realisme van Jan G. Marque.

Wat passanten hebben overgebracht - De ogen van een dode aanschouwer - Jan G. Marque 6.
Wat passanten hebben overgebracht - De ogen van een dode aanschouwer - Jan G. Marque 48.
Wat passanten hebben overgebracht - De ogen van een dode aanschouwer - Jan G. Marque 22.

Wat passanten hebben overgebracht.



   Mocht u de mensen tegenkomen die voor dit onderwerp model gestaan hebben, dan zult u in ieder geval twee dingen ontdekken. Ten eerste zult u zien dat alle vijf de personen zich in een aparte ruimte bevinden ten opzichte van elkaar, althans hun beeltenis. Ten tweede wordt ieder van hen totaal verlicht door ofwel natuurlijk schijnend- dan wel kunstmatig licht.
Nu wil ik met een stelling het bestaan aantonen van theoretische kunst. Om dit te doen moet ik in de eerste plaats alle personen één voor één opslaan in mijn herinnering. Daarna moet ik in mijn gedachten alle personen samenbrengen, een compositie samenstellen en nog eens zelf licht creëren.


Het bestaan van theoretische kunst.

   Ik kan een beginsituatie in de buitenwereld laten zien. Wat daarna gebeurd bestaat totdat het eindresultaat gevisualiseerd wordt, alleen in mijn gedachten, dus uit theoretische informatie.
Het bestaan van theoretische kunst kan worden afgeleid uit de theoretische informatie die, hoewel onzichtbaar voor ieder andere persoon, in mijn gedachten bestaat tussen de beginsituatie en het eindresultaat in olieverf op linnen. Ik wil de beeltenis van de personen niet fysiek verplaatsen en samenbrengen. Ook wil ik geen gebruik maken van het schijnende licht uit de beginsituatie

Met het visualiseren van de theoretische informatie die aanwezig en af te leiden is in mijn gedachten, tussen de beginsituatie en het eindresultaat in olieverf op linnen, is mijn stelling aangetoond.


Bestaat dan niet alle kunst theoretisch?

   Ja, maar dit is meestal op geen enkele manier ergens uit af te leiden. Er is dan geen sprake van een aantoonbare fysieke beginsituatie in de buitenwereld die anders is dan het eindresultaat. Om dit te kunnen afleiden moet de beginsituatie in theorie verplaatst en gecombineerd worden met bijvoorbeeld zelf gecreëerd licht. Het eindresultaat kan dus geen normale weergave van de beginsituatie zijn. Zeker niet als het net als in dit voorbeeld om wel vijf verschillende beginsituaties gaat.
Wel kun je zeggen dat met het visualiseren van alle kunst die afwijkt van de beginsituatie, de theorie ervan aangetoond is. Het is immers niet terug te voeren naar de beginsituatie.

Heeft dit schrijven zin? Wellicht niet, maar het is wel een leuke gedachtekronkel.


Jan G. Marque ©










Wat passanten hebben overgebracht - De ogen van een dode aanschouwer - Jan G. Marque 41.
Wat passanten hebben overgebracht - De ogen van een dode aanschouwer - Jan G. Marque 36.