
Wat passanten hebben overgebracht.
‘Ik ben één van een aantal
mannen,’ had hij gezegd.
‘Ja hoor, maak een ander
wat wijs, maar mij niet.’
‘Echt waar, ik was er zelf
bij. Hij stond in een groepje mannen, die samen stonden te wachten op wat komen
ging.’
‘En wat was dat dan
wel?’
‘Nou, wie uiteindelijk
uitgekozen zou worden als werkelijk bestaand persoon.’
‘Ja hoor! Werkelijk
bestaand persoon? Iedereen bestaat toch werkelijk? Wat lul je nou man?
‘Wat ik zeg. In dat
groepje mannen zou er maar één werkelijk bestaan en de anderen moesten vanaf dat
moment maar iemand anders gaan spelen.’
‘Oh, en wie bepaalde dat
dan?
‘Nou, hij bepaalde dat.’
‘Hij, wie is nou weer
hij?’
‘Degene die ging bepalen wie
werkelijk zou bestaan en wie niet. Tja en waarom hij hij werd genoemd, dat weet
ik ook niet. Zo noemden de mensen hem nou eenmaal.’
‘Oke, laat hem maar. Wat
gebeurde er verder?
‘Heel simpel. Hij kwam
aanlopen, rees zijn hand en zonder ook maar een woord te spreken wist iedereen
in zijn omgeving wat hij bedoelde.’
‘Ja en dat was?’
‘Nou dat één van hen
werkelijk bestond vanaf dat moment. Zo simpel bleek het te zijn.’
‘Hè, nou snap ik er echt
niks meer van. Hoe kan nou één persoon in staat zijn om dit allemaal te
veroorzaken en dat iedereen zijn mening dan maar gewoon volgt?’
‘Ik denk dat het komt
omdat hij het geloof van de mensen heeft. Ze vertrouwen hem. Op deze manier
heeft hij een soort van aanzien, wat hij weer kan gebruiken naar eigen inzicht.
Zo weet iedereen in zijn omgeving waar hij of zij aan toe is en hoe zij zich
moeten gedragen. Orde in plaats van chaos zullen we maar zeggen.’
‘Als ik het dus goed
begrijp dan bepaald deze man welke persoon welke functie mag bekleden. Misschien
wel ongeacht de competentie van deze persoon. Hij laat het dan niet over aan het
universum, dus wie je bent als geboren persoon, maar zijn mening vormt hij
vooral door hoe hij deze werkelijkheid persoonlijk waarneemt. Hij bepaald dus
vanuit zijn persoon en vanuit zijn functie of, en hoe, jij en ik passen in de
buitenwereld?
‘Ja, volgens mij klopt
jouw uitleg zo wel.’
‘Mmmmh. Vreemd. Wel
interessant, maar vreemd. En de mensen accepteerden dat?’
‘Ja, blijkbaar. Er klonk
wat gemompel en ik zag hier en daar droevige en serieuze gezichten, maar verder
niemand die er tegen in ging. Alsof ze het zagen als een soort noodlot. Zo van
Ik ben eigenlijk iemand anders, maar dit is nu eenmaal mijn werkelijkheid. Dit
is wat ik moet accepteren...’
Jan G. Marque ©
|
|