
Wat passanten hebben overgebracht.
Hij is verliefd. Zijn omgeving en die van zijn geliefde bekijken dat anders. Zijn sociale achtergrond en opleiding passen volgens hen niet bij haar. Ze zijn dan ook gedwongen hun verbintenis te verbreken en krijgen geen toestemming elkaar ooit weer te zien.
Als een gebroken jongeman zondert hij zich af in de voor hem bekende bergen. En met alle pijn van de wereld overpeinst hij zijn lot. Zijn lichaam wordt overspoeld door een allegorie aan gedachten. Terwijl achter hem een vreemdsoortig licht opdoemt, laat hij zijn gedachten vrij dwalen door de bergen.
Op hun weg terug brengen ze hem toch nog een glimp van zijn geliefde. Het licht wat hem raakt voelt als de warmte en geborgenheid die hij maar al te goed kent. Vertrouwd kijkt hij naar de horizon, terwijl een zaligmakende rust zich meester van hem maakt. Hij word nu omringd door drie soorten licht.
Ze zijn weer even samen.
Jan G. Marque ©
|
|