
Wat passanten hebben overgebracht.
Over het bergachtige landschap schijnt de felle zon. De bewoners van het grote gebouw zijn samengedromd op de heuvel. Zij willen niets missen van het schouwspel dat zich in de verte onder hen afspeelt.
Hoewel zij het niet zo goed kunnen zien, zijn ze er van overtuigd dat er twee personen in een soort strijd verwikkeld zijn. Ze trekken elkaar heen en weer doormiddel van een soort ronde lans.
Eén van de personen, die in de lucht zweeft, wordt getransformeerd tot een onbekende vorm van punten en gaten. Zijn gezicht lijkt het enige wat nog menselijk is.
Langzaam wordt deze persoon de wolken ingetrokken. En wat voor moeite de andere persoon ook doet, het is tevergeefs. Staand op een soort stelten en zonder handen blijft hij alleen achter.
Niemand wilde het echter geloven. Dit kon gewoon niet waar zijn. Daarom besloten de leiders van de bewoners deze gebeurtenis te verwijzen naar het rijk der fabelen.
Het werd omschreven als een collectieve droom, die puur en alleen ontstaan was door de geestelijke verbondenheid van de bewoners. Nooit zou er meer over gesproken worden.
Vele generaties later vond men een vreemd ogend schilderij, waarvan men de betekenis niet kende...
Jan G. Marque ©
|
|