

Kunstproject van Jan G.Marque.
Vril, the Power of the Coming Race, van Edward Bulwer Lytton.
Edward Bulwer Lytton.
Sponsor of opdrachtgever gezocht voor de realisatie van dit kunstproject.
(Klik hier voor meer informatie.)
Biografie van Lord Edward Bulwer Lytton (1803-1873).
Bulwer-Lytton was de jongste zoon van William Earle Bulwer en Elizabeth Barbara Lytton. Op zeer jonge leeftijd verloor hij zijn vader. Hij volgde onderwijs in Fulham aan de Dr. Ruddockschool en in Rottingdean aan de Dr. Hookerschool. Als voorbereiding voor de Cambridge University studeerde hij Latijn, Grieks, geschiedenis en retoriek in Ealing.
In 1820 werd Ismaël: An Oriental Tale gepubliceerd door de Londense firma J. Hatchard and Son. Hoewel de verkoop zeer mager was, kreeg hij toch erkenning voor dit werk van Sir Walter Scott.
In 1822 ging hij naar het Trinity College in Cambridge. Als lid van de Union Debating Society ontmoette hij onder andere Thomas Babington Macaulay, Alexander Cockburn, W.M. Praed, Charles Villiers, F.D. Maurice, Charles Buller, en Benjamin Hall Kennedy. Tijdens zijn jaren in Cambridge publiceerde hij Delmour; or, A Tale of a Sylphid, and Other Poems.
In juli 1825 kreeg hij de Chancellors medaille voor zijn gedicht Sculpture. In die periode publiceerde hij ook de roman Rupert de Lindsay en zijn dichtbundel Weeds and Wildflowers.
In 1826 reisde Bulwer-Lytton naar Parijs en ontmoette er Markiezin de la Rochejacquele en haar twee dochters. Wanneer hij naar Londen terugkeerde, ontmoette hij Rosina Doyle Wheeler en op 30 augustus 1827 huwden zij in de St. Jameskerk in Londen.
Tussen 1827 en 1835 schreef Bulwer-Lytton romans, gedichten en toneelstukken. Hij schreef ook artikels en kritieken in de New Monthly Magazine, The Edinburgh Review, de Westminster Review, de Monthly Chronicle, de Examiner en de Literary Gazette.
Edward en Rosina bezochten Italië in 1833-1834. Het werd het einde van het idyllische huwelijk. In 1836 werd de echtscheiding uitgesproken.
Bulwer-Lytton schreef en reisde veel en was ook een succesvol politicus. In 1831 werd hij verkozen als parlementslid. Hij was ook afgevaardigde van Saint-Ives en Lincoln. In 1841 verliet hij het Parlement. Bulwer-Lytton was minister van Koloniën van 1858 tot 1859.
Bulwer-Lytton leefde alleen in Knebworth en spendeerde een groot deel van het jaar in het buitenland, meestal op het vasteland van Europa. Zijn gehoor ging snel achteruit, wat hem ertoe dwong zich meer en meer terug te trekken. Begin januari 1873 kreeg hij verschrikkelijke pijnen. Hij klaagde over geluid in beide oren. Enkele dagen later was hij blind. In de nacht van 17 januari kreeg hij verscheidene epileptische aanvallen en overleed de volgende dag, tijdens zijn slaap. Op 25 januari 1873 werd Bulwer-Lytton begraven in de St. Edmunds Chapel in Westminster Abbey.
Bulwer-Lytton ontving verscheidene onderscheidingen en medailles: de titel van rector van de Glasgow University in 1856; de Order van St. Michael and St. George in 1856; hem werd zelfs de troon van Griekenland aangeboden, welke vacant was na de troonsafstand van koning Otto.
Bulwer-Lytton was bevriend met Frederick Hockley en bestudeerde de werken van Jamblichus, Psellus en Cornelius Agrippa.
Hij correspondeerde met vele occultisten uit zijn tijd en had ook contacten met Eliphas Levi. Zijn boeken Zanoni en The coming Race zijn mooie voorbeelden van esoterische symboliek.
Bulwer-Lytton was lid van de Hermetic Order of the Golden Dawn en Imperator van de Societas Rosicruciana in Anglia. Dit laatste bleek later een misverstand. Verschillende verhalen deden de ronde over Bulwer-Lytton dat hij ene Rozenkruiser zou zijn en hij is toen uitgenodigd om Imperator te worden. Maar zelf wist hij van niets.
“In the highest qualities acquired in the delineation of the secret feelings that dwell in the recesses of the heart, Bulwer Lytton stands pre-eminent, and entitled to a place beside Sir Walter Scott himself, at the very head of the prose-writers of works of imagination in our country.“—From Alison’s “History of Europe.”
Bronnen:
- James L. Campbell, Sr; Edward Bulwer-Lytton [Boston: Twayne Publishers, 1986]
- “A Strange Story, ” by the right hon. Lord Lytton London George Routledge and Sons, Limited New York: E.P. Dutton and Co.
- Home page for Sid Hutner & The Lucile Project: www.sdrc.lib.uiowa.edu/lucile
- Wikipedia.
Kunstproject Vril - Jan G. Marque: Lord Edward Bulwer Lytton (1803-1873).
|


Parcivalius en het verdwenen lichaam van Thomas Paine, Jan G. Marque 2007.
Deze pagina is onderdeel van:
De landschapschilderkunst en de Romantische schilderkunst in de Nieuwe Romantiek van Jan G. Marque.
Biografie van Lord Edward Bulwer Lytton (1803-1873).
De romantische traditie.
Een voortzetting.
Landschappen. Al eeuwen worden ze in de kunst gebruikt om als achtergrond te dienen voor een ander onderwerp, of dienen ze als onderwerp op zich.
Deze woorden luiden een deel van het werk in van schrijver en kunstschilder Jan G. Marque, die hiermee wil aangeven dat het landschapschilderij een lange traditie kent binnen de schilderkunst. Hoewel het werk van Marque voor het grootste gedeelte bestaat uit wat hij Filosofisch Realisme noemt -kunstwerken die doormiddel van samengevoegde woorden en beelden mensen aanspoort om te zoeken naar een onderwerp en ze te laten nadenken - kiest hij met zijn romantische landschappen voor een andere benadering. Hij kiest ervoor de aanschouwer de voorstelling gevoelsmatig te laten ondergaan. Dit doet hij met een traditioneel palet in olieverf op linnen. Doormiddel van scherpe penseelstreken creëert hij kleurrijke, virtuoze, romantische landschappen die met veel gevoel en oog voor detail vervaardigd zijn. Hierbij geeft het landschap de kijkrichting aan en houdt het gevonden licht de aanschouwer vast.
Marque geeft ons met zijn imposante werk welbewust een glimp naar het verleden. Zij die zich nog wel eens in de bossen begeven en de schoonheid van de natuur kennen, zullen er zeker een beeld in herkennen die ook het heden vertegenwoordigd.
Hier haalt de schilder in hem dan ook zijn inspiratie vandaan. Veel reizen en wandelen in de natuur zorgen voor voldoende informatie en inspiratie om thuis te gaan ontwerpen. Ieder landschap is opgebouwd uit fragmenten van beelden zoals Jan G. Marque het voor het grootste gedeelte in werkelijkheid zelf heeft gezien en meegemaakt op een van zijn reizen. Dit, aangevuld met eigen ideeën waarbij hij het landschap net als zijn voorgangers idealiseert, schildert hij zonder gebruik te maken van schetsen en voorstudies, rechtsreeks de voorstelling op het doek.
Door de eeuwen heen inspireerde het landschap, kreeg haar weerslag in diverse stromingen, kende gevarieerde stijlen en boeide bovenal. Hun bronnen: de liefde voor de natuur, de spanning en beleving, het wisselende licht.
Het ‘landschap’ mag zich dan ook in een brede publieke belangstelling verheugen. Niet slechts de hedendaagse fysieke beleving spreekt tot de verbeelding. Met name het landschap in de kunst boeit velen en toonaangevende kunstschilders hebben een lange traditie op dit veelzijdige gebied opgebouwd. Namen als Barend Cornelis Koekkoek, Johan Bernhard Klombeck, Frederik Marinus Kruseman en Andreas Schelfhout, maar ook Gerard Bilders, Wijnand Nuyen, Louwrens Hanedoes en Willem Roelofs, zijn nog steeds levendige vertegenwoordigers van de romantische traditie. Een traditie die Marque zelf dan ook met veel plezier en met een eigen penseelstreek voortzet.
Een ding is in ieder geval zeker, de romantische landschappen van Jan G. Marque zijn tijdloos en inspirerend.
Artikel is geparafraseerd samengesteld uit onderstaande bronnen:
Realisme Magazine; editie 2008
Nieuwsbank.nl; artikel februari 2009
Jovert Art Magazine; editie juli 2009
|

|
|

|
|